3 crematoria en een ziekenhuis

grafsteen Aad Meerman

Een kort verhaal over een lang weekend.

In oktober 1991 overleed mijn vader aan kanker. Hij was 56 jaar oud. Hij wilde gecremeerd worden, maar dat kon alleen in Lelystad en daar wilde hij “nog niet eens begraven worden!” Dat had deze Rotterdammer luid en duidelijk laten weten toen zijn werkgever hem medio jaren tachtig dwong te kiezen tussen Lelystad of Dronten als nieuwe woonplaats. Het werd Dronten, het bleef Dronten en mijn moeder is daar blijven wonen tot haar dood in november 2020.

Veel had zij niet geregeld rondom haar overlijden, maar zij wist zeker a) ze ging naar de hemel b) ze hoefde niet bij mijn vader in het graf c) ze wilde uitgestrooid worden op Terschelling. Aangezien de grafrechten van mijn vader dit jaar voor de tweede keer verliepen, moesten mijn broer en ik kiezen wat we met zijn graf zouden doen. We besloten de restanten te laten opgraven en cremeren, zodat we onze ouders samen konden uistrooien. Zo’n ‘herbestemming’ wordt geregeld in een samenspel tussen begraafplaatsbeheerder, gemeente, crematorium en uitvaartbegeleider. De steen werd gedoneerd aan een plaatselijke kunstenaar.

Uitvaartstijlen

De crematie van mijn moeder viel in coronatijd en als afsluiter van een lang en sociaal leven, mochten wij 30 mensen uitkiezen die bij haar uitvaart op 1,5 meter aanwezig konden zijn. Het was een langere lijst dan de 6 die haar mochten bezoeken in het hospice, maar schraal was het wel en het schrijnt nog steeds. Haar opgebaard liggen, dienst en crematie waren prachtig geregeld, met de rituelen en ceremonie die horen bij iemand die nog maar net dood is. Van onze vader hadden we 30 jaar geleden al afscheid genomen. We kozen voor een technische crematie, waar niemand bij is, en ik zette een advertentie in de plaatselijke krant dat hij van rustplaats was veranderd.

Jutetasje

Toen was de dag daar dat ik de as van mijn ouders ging ophalen in Flevoland. Het crematorium in Almere is prachtig, met veel ruimte en groen. Als de oprit naar een museum. Ik zei tegen de vriendelijke dame op kantoor dat we de as van mijn vader kwamen ophalen en ze knikte sereen. “En een waxinelichtje.” Nee, dat niet. Verkeerde crematorium. Waar wij moesten zijn lag aan de rand van de stad op een industrieterrein. Een andere aardige dame overhandigde me een jutetasje met vogels erop en een kunststof urn erin. Ik vroeg waar de 5 extra zakjes met as waren Die waren er niet, maar dat ging geregeld worden. Pas toen ze op de gang was kwam ik bij zinnen en riep: “Ho! Stop! Verkeerde urn!” We hadden extra besteld van mijn moeder.

Meppel

Over de dijk reden we langs de Oostvaardersplassen naar Lelystad, een prachtige rit. De verkering reed, ik zat ernaast met mijn vader op schoot. Ik hield de urn vast en haalde herinneringen op. Het was een nostalgisch verdriet, zonder scherpte, en het gewicht van de urn was geruststellend. De restanten van iemand worden met kist en al opgegraven, verbrandt en vermaalt. Ik was bang dat er na al die tijd misschien een theelepel was overgebleven, maar nee. Het crematorium in Lelystad is ook mooi, maar daar was ik recent nog geweest. De verwachte tranen bleven uit. We kregen de as van mijn moeder mee in een kunststof doos, in zo’n papieren draagtasje die sommige kledingzaken ook gebruiken. De extra as zat in kleine zakjes in keurige kartonnen doosjes. Ik zette haar naast mijn vader, bij mijn voeten, en dat was dan dat.

Kamperen

Waar ik totaal geen rekening mee hadgehouden, was het kampeerweekend dat daarna stond gepland. Aanvankelijk in de Millingerwaard, maar die stond onder water en het werd ergens bij Steenwijk. Ik ging dus een weekend met mijn ouders naar de camping. Raar. Moest ik ze in de voortent zetten? In de auto laten? Stiekem al iets uitstrooien in het Drentse bos? Alle dilemma’s verdwenen uit mijn hoofd toen ik over een stoeptegel struikelde, mijn enkel dubbelklapte en mijn forse zelf languit op het bospad klapte. Vloekend als een Schotse dronkaard ben ik teruggehobbeld naar de tent. Het werd een slechte nacht. Niet alleen vanwege een zeer pijnlijke enkel, maar ook omdat we de kussens waren vergeten en het ventiel een zwak punt is bij Thermarest en de man elke 2 uur zijn matje moest opblazen.

Meppel

De volgende ochtend lieten we mijn ouders in de voortent staan en reden we naar het ziekenhuis in Meppel. Daar ging een heel proces aan vooraf met afspraken maken met ontmoedigende huisartsenpostentriagisten, maar dat laat ik even voor wat het was. Uiteraard bleek er evengoed een lange wachttijd. Drie uur later toonden foto’s aan dat de enkel niet was gebroken. Ik kreeg een drukverband om de poot en was een hartverscheurend verhaal rijker van een man met PTSS vanwege ziekenhuisgruwelen in zijn jeugd, die met zijn voorbeeldige 3-jarige ook zat te wachten op een röntgenfoto van een pootje. Omdat fietsen en wandelen er niet zat, reden we de rest van het weekend wat rond. Zo kwamen door een indrukwekkend stuk jeugd van de verkering, maar dat is misschien voor een andere keer.

’s Maandags vroeg iemand: hoe was het weekend? Ik: “Goed.”

Aad & Tiny Meerman op hun 25-jarige bruiloft: