De molens van de ambtelijke acquisitie

In gemopper, work by Karina Meerman

Zes weken heeft het geduurd om de gemeente Amsterdam duidelijk te maken dat ik beschikbaar ben voor tijdelijke klussen en projecten. Zes weken. Het begon met een e-mail naar het Amsterdams Bureau voor Communicatie (ABC), dat niet meer zo heet. E-mails aan abc@amsterdam.nl verdwijnen derhalve in een zwart gat, want aan automatisch beantwoorden of doorsturen doet men niet.

Toen ik dat nog niet wist, belde ik om te vragen of mijn enthousiaste bericht überhaupt was aangekomen. Het 020-nummer kon ik online niet vinden (want ABC bestond immers niet meer), dus probeerde ik het algemene nummer van de gemeente, 14-020. De eerste telefonist had geen idee wat ik bedoelde met “de communicatieafdeling van de gemeente Amsterdam”. Zij vroeg of het om Jeugd ging of Ruimtelijke Ontwikkeling en liet me vervolgens zes minuten in de wacht hangen alvorens de verbinding te verbreken.

Lost and Confused

De tweede telefonist begreep het enigszins en hij verbond me door met een voicemail omdat de afdeling niet bereikbaar was. “Misschien bellen zij u dit jaar wel terug!” Met de interne PR zit het dus wel snor. Uiteraard belde niemand mij terug, dus poogde ik zelf weer. Zowaar kreeg ik een vrouw aan de lijn die beweerde op de afdeling communicatie te werken. Zij begreep echter niet waarom ik het zo raar vond dat de communicatieafdeling van een grote gemeente zo slecht te vinden is en dan nauwelijks bereikbaar is. “Wij heten geen ABC meer.” Voor u volkomen vanzelfsprekend, maar ik wist het niet en uw telefooncentrale evenmin. Ze haalde hoorbaar haar schouders op. Voor mij is dat de rode lap voor een stier. Dat mensen die een baan hebben verworven en vervolgens nauwelijks moeite doen om die goed uit te voeren? Woest maakt het me, vooral als het mijn eigen vak gaat.

Incommunicado

Mijn gemopper op Twitter leverde het juiste e-mailadres op. Ik verstuurde mijn oorspronkelijke mail opnieuw. Na twee weken wachten belde ik het juiste 020-nummer waar ik wederom iemand trof zonder gevoel voor ironie. “Wij hebben uw mail doorgestuurd naar iemand anders die het afhandelt.” Ik heb twee weken lang helemaal niets gehoord, mevrouw. “Daar gaan wij niet over.” U bent toch de afdeling communicatie? “Ja maar iemand anders handelt dit af. En die is misschien heel druk of op vakantie, begrijpt u?” Daarom stuurde ik mijn bericht ook ruim voor de grote vakantie zodat ik kon helpen de drukte op te vangen. “Maar wij mogen er toch wel vanuit gaan dat als wij mail doorsturen dat iemand dat afhandelt?” Jawel, maar los daarvan is het gewoon beleefd om een bevestigingsmail te sturen en uit te leggen wat het proces is. “Daar gaan wij niet over, dat begrijpt u toch wel?” Nee, dat begrijp ik niet. Zij uitte een gekwetst geluidje. “Dat ligt niet aan u, mevrouw, niemand kan mij laten begrijpen waarom mensen wiens vak communicatie is, het volkomen acceptabel vinden dat zij niet vindbaar zijn, niet bereikbaar en nergens op reageren.”

Tender

Een dag later kreeg ik bericht van degene die het afhandelde. De gemeente Amsterdam huurt niet zomaar mensen in, dat gaat via uitzendbureau X, Y en Z. Ingewikkelder klussen lopen via Europese inschrijvingsprocessen, waarvoor ik een URL ontving. Waar ik na klikken een Engels formulier voor ogen kreeg. Dat ik heb ingevuld. In het Engels. Want ik denk niet dat het nog uitmaakt in welke taal ik ze probeer te bereiken.